übercoole Tommy

Kent er iemand de Cartoon’s nog? Dat was een cinemazaal (is een tijdlang dicht geweest denk ik) in de oude stad waar ze alleen maar cult films draaiden, ik heb daar C’est arrivé près de chez vous gezien en ben er  20 jaar later nog niet goed van. Maar belangrijker nog, was dat daar ook een obscure bar was, en als je daar gezien werd was je echt wel übercool.

 

Ik was niet zo heel erg übercool op mijn 18e, maar heel af en toe was ik wel in übercool gezelschap en het was op een van die keren dat ik in de bar van Cartoon’s verzeild was geraakt. Ik zal daar gezellig aan de toog (het zal in 94-95 geweest zijn) toen ik me realiseerde dat links van mij een zekere Tommy zat die op dat moment een cultstatus genoot als frontman van de toen übercoole groep D. Nu weet ik niet wat u doet wanneer u naast een BV zit, maar ik ben niet het handtekeningen vragende type, eerder het type van: ‘ik heb u wel gezien, en misschien heb ik u ook wel herkend, maar dat doet mij helemaal niks want ik ben übercool”, you know?

 

Maar Tommy is een sympathieke kerel, niet te beroerd om een praatje te maken met een 18-jarige deerne op een barkruk, bij wijze van openingszin vroeg hij mij een vuurtje. Ik doe natuurlijk of ik dat heel normaal vind en  sta casual op van mijn barkruk (omdat een aansteker in je jeans er niet uit wil als je op een barkruk zit, probeer maar eens).

 

Waarop T de legendarische woorden sprak: Amai gai zè klain!! (vert: grotte gutten, wat ben jij klein).

 

Hij viel vast op meer op gazelle-achtige 18-jarigen, want het gesprek is daar geëindigd J

Liefde is…samen breien

In mijn wekelijkse ‘hobbyclub’ is het eindproject het vervaardigen van een plaid met daarin een stukje patchwork. Daarin zullen ook een paar gebreide lapjes zitten, wat wil zeggen dat ik na de naaimachine nu ook de breipriemen moest temmen.  Nu heb ik in de lagere school wel leren breien, en ik zal dat zeker een paar weken leuk gevonden hebben, maar toen ik vorige week voor het eerst die priemen weer in mijn handen kreeg had ik echt geen idee wat ik daarmee moest doen. ECHT geen idee. Daarmee was ik meteen een unicum, want alle andere cursisten konden dat natuurlijk wel (zelfs mijn zoon van 14 kan breien, beuh).

 

Bon, de ‘juf’ had me op weg geholpen en nu was het aan mij om een weekje te oefenen op ‘rechts’ breien. Zo gezegd zo gedaan en vol goede moed zet ik me thuis op de zetel, uiterst geconcentreerd op 2 stokjes en een draadje. Nu moet je je even heel goed inleven in mijn situatie: ik vind dat dus echt HEEL moeilijk dat breien, ik maakte dan ook de ene fout na de andere, en al gauw zat mijn lapje vol gaten, redelijk frustrerend. Kan je je inbeelden hoe erg het is als je partner dan na een paar minuten je bloed-zweet-en-tranen-werkje uit je handen neemt, dat 2 seconden bekijkt, meewarig kijkt, en vervolgens doodgemoederd begint te breien?! ZONDER ENIGE UITLEG! Die deed dat gewoon alsof  het een natuurlijke reflex is zoals, goh ik zeg maar iets: ADEMEN ofzo. Ik bedoel, IK ben hier wel de vrouw in huis he!

 

Enfin, na een tijdje heb ik de breinaalden terug uit zijn vingers kunnen losweken (niet makkelijk) om lekker verder te knoeien. Maar toen begon er iets vreemds op te vallen: hoe langer ik bezig was, hoe BREDER mijn werkje werd. Nou ja, weet ik veel, misschien is dat wel de bedoeling? Het wordt tenslotte ook langer, dus waarom niet breder? Enigszins bezorgd besloot ik toch de volgende les raad te vragen aan juf Inge en blijkbaar was dit dus niet normaal. En toen vroeg ze me om de steken te tellen…

 

Nu waren we blijkbaar begonnen met 2O steekjes, en ik had zo een donkerbruin vermoeden dat ik er iets meer had.

 

Ja iets.

 

Ik had er 74 (vierenzeventig). Oeps.

 

Haha, hoe doe je dat in godsnaam? Ik weet helemaal niet hoe ik steken moet bijmaken en TOCH was ik daarin geslaagd! Toch iets dat goed lukte dus J

 

Na zeker 100 keer opnieuw beginnen en weer uithalen, denk ik dat ik eindelijk vertrokken ben, zij het dan met een heel scruffy resultaat. Hoe weet ik dat mijn lapje scruffy is? Ik vergelijk. Met dat van M. Die gisteren naar de breiwinkel is getrokken om zijn eigen bolletje wol en priemen te gaan halen.

 

En nu zitten wij hier samen op de zetel te breien.

 

Schoon he.

Ongekuste kikkers

Toen ik een kind was, was ik heel verlegen en introvert. Gelukkig had ik steeds vriendinnetjes die dat niet waren, en die dan ook op MIJ waren afgestapt, anders had ik nooit met andere kindjes gespeeld. Dankzij die extraverte vriendinnetjes (en dan vooral dankzij vriendin M) ging dat introverte er wat uit tegen het einde van de lagere schooltijd. Helaas verhuisde vriendin M niet mee naar de middelbare school, dus kroop ik een tijdje terug in mijn introverte schulp. Het was in mijn ogen vooral belangrijk om NIET op te vallen. Dat lukt het beste als je op straat bvb ‘face down’ loopt en je haar steeds voor je gezicht laat vallen.

 

Tot op een dag (in het 3e middelbaar, dus 14-15 jaar) een van mijn absolute tegenpolen tegen me zei dat ik eens moest proberen met opgeheven hoofd over straat te lopen en te glimlachen, en dat ik zou zien dat mensen teruglachten en dat ik daardoor meer zelfvertrouwen zou krijgen (buiten deze gouden raad ging het die dag ook over achterwerken, met name het ‘appelgat’ (ik) en het ‘perengat’ (zij, ik noem geen namen J).

 

Soit, ik heb dat ‘opgeheven hoofd’ geprobeerd en zowaar: het werkte!

 

Vanaf die dag ging ik overal met de neus in de lucht en bijhorende fake glimlach naar binnen en leerde ik het concept “grote mond, klein hartje”. Pas jaren later hoorde ik dat mensen me vaak arrogant vonden toen ze me nog niet (echt) kenden.

 

It takes one to know one – dus zo komt het dat ik mensen vrij veel krediet geef wanneer ik ze pas ontmoet, omdat je uiteindelijk nooit weet wat voor iemand die persoon is tot je ze beter leert kennen. Zo had ik eens 2 toffe collega’s, beiden heel fijne madammen (mooie madammen ook trouwens) en ik vond dat die 2 mekaar ook moesten leren kennen (ze werkten in verschillende kantoren). Ik stuitte echter op weerstand, want beide dames vonden de ander precies een beetje arrogant…BINGO! Ik zette die 2 bij elkaar en wat denk je: ze hebben een uur staan kletsen en konden niet geloven dat ze zo’n fout beeld van mekaar hadden…

 

In mijn ogen loopt het dus vol met van die ‘ongekuste kikkers’, zolang je geen oprechte interesse toont in een persoon (die uit onzekerheid een masker opzet) en je die ook niet beter leert kennen, zal dat voor jou een koele kikker blijven. Maar weet dat in die kikker soms een hele fijne prins of prinses verborgen zit en dat je vriendschappen voor het leven maakt als je verder kijkt dan je neus lang is.

 

Kookbaksels

Zoals je hier al hebt kunnen lezen, ben ik volop mijn ‘creatieve ziel’ aan het voeden, o.a. door het volgen van een kookcursus.

Ik wil je mijn ervaringen niet onthouden, vandaar hier een kleine opsomming tot hiertoe (ik voeg ook enkele foto’s toe ter illustratie):

2 weken geleden had ik mijn eerste kookles waar ik totaal onvoorbereid aankwam, blijkbaar moest ik een riante Tupperware collectie bijhebben om mijn creaties achteraf in te vervoeren: hey geen probleem! Links en rechts bij de collega-koks een potje afsnoepen et voilà, dat euvel was van de baan. Tweede uitdaging bleek het recept van de dag: Parijse uiensoep (ok, ça va nog) en konijn met bier en spekjes. Nu moet je weten dat ik een ‘vAgetariër’ ben (heb dit onlangs ergens gelezen, gewéldig woord), wat wil zeggen dat ik eigenlijk het liefst van al geen vlees zou eten, maar dat ik dit af en toe wel doe en verder eet ik eigenlijk enkel en alleen gevogelte en vis. M en ik hebben dat ooit beslist na een fietstochtje voorbij pasgeboren lammetjes, we gingen niks meer eten wat we niet zelf zouden kunnen doden. Een konijn is dus een probleem want dat is schattig. Een vis niet, sorry.

Maar ja, het menu is geen meerkeuze gebeuren, dus ik heb dapper het konijn en ook de spekjes (varken! Weih!) klaargemaakt, tot dan alles ok. Het nagerecht was een bavarois met Grand Marnier, daarmee heb ik ook geen principiële problemen.

Blijgezind en vooral ook zeer trots kwam ik rond half elf ’s avonds terug, vergezeld van enkele goed gevulde potjes, ik wist nog niet goed hoe ik dat konijn en die spekjes ging kunnen verkopen aan de gezinsleden, maar ik had dan toch al tenminste soep en dessert.

Helaas, pindakaas.

Om 1u ‘s nachts ben ik fluks mijn bed uitgesprongen vanwege een vreemde draaiing in de maagstreek. Uiteindelijk heb ik tot ’s ochtends op de zetel gezeten waar ik een aantal zakjes gevuld heb met onverteerd voedsel, ja sorry ik hoop dat ik niemand inspireer tot iets dergelijks.

Needless to say dat mijn huisgenoten geen vertrouwen meer hadden in mijn chef-kok probeersels…dat was de eerste keer dat een schandalige hoeveelheid voedsel de tafel niet gehaald heeft.

De tweede les zag er veelbelovender uit, namelijk macaroni met zalm, pladijs, garnaaltjes en een witte saus met kaas onder, voorafgegaan door een pompoensoepje met balletjes (helaas balletjes ja) en gevolgd door een 4/4 cake.

Klinkt al beter, niet? Wel, eerst en vooral was ik de bouillon vergeten in de soep, dat ontdekte ik pas toen ze klaar was en bijzonder flauw smaakte. Ten tweede had ik bijna mijn duim afgehakt met het koksmes en ten derde was de macaroni schotel zo droog als een korst oudbakken brood. Het gevolg laat zich al raden zeker? Juist, ook dit menu haalde het niet bij de gezinsleden…behalve de cake, die was namelijk FANTASTISCH!!

Ondertussen was ik nog steeds niet ontmoedigd, integendeel, vastberadener dan ooit nam ik de (volledig eenzijdige) beslissing om mijn gezin enkel nog GEZONDE maaltijden voor te schotelen. Ik liet me inspireren door enkele gerenommeerde kookboeken rond dit onderwerp en besloot donderdag om een gezond stoofpotje met roodbaars en verschillende groenten klaar te maken. In plaats van het verwachte applaus van de gezinsleden, werd ik getrakteerd op enkele kreten van afschuw. En ik moet eerlijk zijn, het was niet te vreten… Inderdaad, de derde maaltijd belandde in het toilet, ZONDER eerst verteerd te zijn.

Nu zou je denken dat ik het ondertussen wel zou hebben opgegeven he? Nee hoor, gisteren probeerde ik het opnieuw. Ditmaal kippenballetjes van zelfgemaakt gehakt (lees: met een staafmixer aanvallen op 4 kipfilets) en daarbij knolselder en witloof. Het zag er allemaal zo simpel uit! Van het gehakt moest je balletjes draaien en die op een stokje spiesen, op de foto in bijlage zal je zien dat dit NIET mogelijk is. Ik kan daar ook niets aan doen, da’s gewoon de zwaartkekracht!

En zonet hebben M en ik geprobeerd de 4/4 cake te evenaren. Ik weet niet wat er precies gebeurd is, ofwel was onze cakevorm te klein, ofwel hadden we teveel deeg. Het was in ieder geval enkele minuten zeer spannend, toen het beslag centimeters boven de rand van de vorm verrees en zich lava-gewijs een uitweg zocht. Het resultaat is een cake met een zeer brede bovenkant. Maar eerlijk gezegd, het is het best gelukte kookbaksel tot hiertoe.

Enfin, vanavond eten de kinderen ravioli uit blik (ze kijken er ontzettend naar uit) en M en ik gaan naar de cinema. Toen ik hem vroeg of we eerst nog thuis zouden eten, smeekte hij me om niet te koken. Wij gaan dus naar de Quick vanavond…